Tips voor het fotograferen 2017-01-05T21:07:49+00:00
Fotograferen Kleine Voorwerpen Geruststelling of teleurstelling: er is NIET een magische instelling van camera en belichting, waarmee je altijd een technisch goede foto maakt.
Het motto is dan ook: uitproberen en variëren. Aandachtspunten vooraf:

DOEL:
Bedenk wat je met de foto wilt bereiken. Mooie foto maken of iets verkopen.Maak hier de keuze  vanuit of in welke hoek je fotografeert.

LENS:
Keuze van de te gebruiken lens; Prime-macro of zoomlens.Houd goed rekening met vervorming. Een lens van of ingesteld op 50 mm geeft de minste vervorming van het onderwerp
.

CAMERA
Stel autofocus en belichtingsmeting in op SPOTMETING.

BELICHTING:
Flits , permanente verlichting of daglicht. Beide hebben voor-en nadelen en zijn van invloed op de achtergrond.Let op schaduwwerking (ondergrond-en achtergrond) en reflectie in het voorwerp. Gebruik bij glas of sterk reflecterend materiaal, een polarisatiefilter.
Tip flitsen; Cameraflitser aanzetten en je grote flitser in  SLAVE mode.
Je hebt dan 2 flitsers die gelijktijdig afgaan. De cameraflitser zorgt voor frontaal licht. De “slave” daar waar jij hem hebben wilt. (opzij, bovenaf, van achteren of de achtergrond extra verlichten.
Je hebt dus veel bewegingsvrijheid met de grote (slave) flitser.
OF (als je die hebt) verlengkabel aan grote flitser. Hierdoor is van opzij of van bovenaf flitsen heel makkelijk. Je hebt dan echter maar 1 flitslicht.
Om alleen het voorwerp juist te belichten, dien je vooraf de methode “voorflitsen” te gebruiken. De flitser meet dan met een voorflits hoeveel licht hij nodig heeft om alleen het voorwerp juist te belichten.Vandaar de instelling “spotmeting”. ( Kijk in de gebruiksaanwijzing van de camera.)
Tip: Gebruik deze methode ook als je een persoon/gezicht correct wil belichten in een ruimte. Dit voorkomt dat de gehele ruimte of de persoon overbelicht wordt.( denk aan spotmeting in dit geval.) Tip; zet de instelling spotmeting terug, als je weer de hele ruimte wilt verlichten.
Daglicht: Mocht je toch niet tevreden zijn met het behaalde resultaat, probeer het dan eens met daglicht buiten. Liefst bij bedekte lucht, of gebruik een flitsparaplu bij direct zonlicht.

ACHTERGROND:
Maak keuze m.b.t. de achtergrond. Kies kleur, zwart, wit of ga je het onderwerp “vrij” maken van achtergrond in een fotobewerkingsprogramma. (Het laatste is makkelijk om er een achtergrond naar keuze toe te voegen.)
Zorg dat de voorgrond vloeiend in de achtergrond verloopt.  Vel papier in mooie boog omhoog. Niets is storender dan een lijn of verschil in voor of achtergrond in het beeld te zien.
Witte achtergrond: let op, je camera maakt er grijs van. Tip; achtergrond overbelichten en flitsen, OF voorwerp goed uitlichten en achtergrond vol in de flits.
Zwarte achtergrond: achtergrond onderbelichten en voorwerp flitsen. Voorwerp niet te dicht op de achtergrond plaatsen en voorkomen dat de achtergrond opgelicht wordt.

Succes, Hans Twilt

Wat is abstracte fotografie?
Hoe kun je abstracte fotografie omschrijven?
Er bestaat niet echt een definitie voor abstracte fotografie, omdat iedere fotograaf er op zijn eigen creatieve manier invulling aan dient te geven. Bij abstracte fotografie gaat het er echter in de hoofdzaak om om onderwerpen uit hun letterlijke context te halen door er op een andere manier naar te kijken. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een of meerdere van de volgende drie essentiële elementen, namelijk vorm, kleur en lijnen. Een abstracte foto dient altijd een krachtig beeld te zijn dat visueel moet prikkelen en een emotionele reactie bij de kijker dient uit te lokken.

Instinctieve aanpak
Abstracte fotografie is een instinctieve kunst. Wil je abstracte foto’s gaan maken, dan zul je volgens een instinctieve aanpak te werk moeten gaan. Dit betekent dat je om je heen gaat kijken en gaat letten op waar je aandacht door getrokken wordt. Waarom wordt je aandacht door een bepaald onderwerp getrokken en wat voel je erbij? Benader het onderwerp gevoelsmatig en plaats het onderwerp buiten de letterlijke context. Er gelden voor abstracte fotografie geen regels. Laat je creativiteit de vrije loop. Je bent vrij om volop te experimenteren om zo de benadering te ontdekken die het door jou gekozen onderwerp het beste recht doet. We kunnen je hier wel enkele handvaten aanreiken die je helpen om je weg te vinden in de abstracte fotografie.

Enkele handvaten abstracte fotografie

Vorm
De vorm is vaak het eerste waardoor je aandacht naar een bepaald onderwerp wordt getrokken. Het vormt in veel gevallen de basis van een abstract beeld. Zoek in je omgeving naar een vorm die ertussenuit springt, omdat het bijvoorbeeld om een vreemde of dynamische vorm gaat die bij jou een bepaalde emotionele reactie opwekt.

Kleur
Kleuren spelen een belangrijke rol, niet alleen om de aandacht van een toeschouwer te trekken, maar ook om die aandacht vast te houden. In abstracte fotografie wordt veel gewerkt met oververzadigde en intense kleuren. Ook wordt er vaak gebruikgemaakt van sterke kleurcontrasten.

Lijnen
Lijnen spelen ook een belangrijke rol in abstracte foto’s. Ze kunnen de blik van de toeschouwer door het beeld heen sturen om zo de aandacht vast te blijven houden of om eventueel de aandacht te sturen naar het belangrijkste onderdeel van de foto. Het maken van abstracte foto’s vraag om veel oefening en veel verbeeldingskracht. Een opleiding fotografie kan je helpen om dat vermogen verder te ontwikkelen.

Zeg meer met minder
Abstracte fotografie betekent ook dat je leert om meer te zeggen door in je foto minder te laten zien. Zorg voor een kader waarbinnen zo weinig mogelijk objecten de aandacht afleiden van datgene waar het om gaat. Dit versterkt het beeld.

Fotograferen met een lange Sluitertijd

Hieronder volgt een tekst van Jan Teeuwen en Ed Geerlings met tips voor het fotograferen met een lange sluitertijd. Deze tekst kan uitgeprint worden voor degenen die zich hierin willen bekwamen en is een hulp voor de avond van 24 mei a.s. waarbij er naar IJmuiden gegaan zal worden om hiermee te oefenen.

16 tips voor het fotograferen met een lange sluitertijd

1. Maak proefopnames
Als je op een plek komt waarvan je denkt dat die geschikt is voor het fotograferen met lange sluitertijden, maak dan eerst wat proefopnames voordat je alles installeert. Lange sluitertijden worden vaak gebruikt bij seascapes, dat wil zeggen langs de kust. Hoe je foto er uiteindelijk uit komt te zien, hangt dan niet alleen af van het water, maar ook van de lucht!

2. Instellingen voor een lange sluitertijd
Je hebt een lange sluitertijd nodig, dus een lage lichtgevoeligheid (100 ISO  of lager) en een diafragma van meestal rond de f/9 of soms zelfs f/22.

3. Onthoud de juiste instelling
Meet nu alvast welke sluitertijd de camera bij die instellingen kiest en onthoud die voor tip 4 en 5.

4. Gebruik een ND filter en eventueel een grijs verloopfilter. Bepaal welke sluitertijd nodig is met jouw ND-filter. Een ND-filter is een grijsfilter (Neutral Density) wat licht tegen houdt. In de tabel zie je dat je bij bijvoorbeeld een big stopper (die 10 stops licht tegen houdt) van 1/250 seconde naar 4 seconden gaat. De sluitertijd moet dan dus op bulb gezet worden. Bij de meeste camera’s kan immers geen langere sluitertijd dan 30 seconden ingesteld worden.

5. Gebruik een tabel of app
Het berekenen van de juiste sluitertijd kun je uit je hoofd doen, maar je kunt ook zo’n tabel uitprinten en meenemen. En er zijn veel apps voor op de smartphone te vinden. Wel zo handig!

Knipsel1

6. Bepaal welk effect in wilt bereiken
Hoe sterk je ND-filter moet zijn hangt af van het effect wat je beoogt, van hoeveel licht er aanwezig is, en van de bewegingssnelheid van het te fotograferen onderwerp.  Je kunt ook meerdere filters tegelijk gebruiken of een ND filter samen met een grijs verloopfilter

7. Corrigeer ruis achteraf
Over het wel of niet gebruiken van de ruisonderdrukking in je camera verschillen de meningen. Kwaad kan het niet, maar het verlengt wel de wachttijd. Heb je een sluitertijd gebruikt van drie minuten, dan is de camera daarna nog drie minuten bezig met de ruisonderdrukking. Dat betekent dat het maken van de foto zes minuten duurt! Ik zet het daarom uit en verwijder de ruis en de hot pixels in de RAW-converter. Dus schakel je ruisonderdrukker uit in je camera!

8. Controleer de batterij
Check of de batterij nog voldoende geladen is. Bij het werken met lange sluitertijden gebruikt je camera meer stroom dan je gewend bent. Een volle batterij is dus wel zo handig. Neem bij voorkeur ook altijd een volle reserve accu mee.

9. Werk met een stevig statief
Zet de camera op een stevig statief! Wind en stromend water geven beweging aan het statief, met als resultaat een onscherpe foto. Het statief moet dus zelf stevig zijn, maar ook stevig neergezet worden.

10. Stel vooraf scherp
Stel scherp en zet daarna de autofocus uit. Plaats daarna pas het grijsfilter. Je autofocus werkt dan niet meer en dan is het prettig als je alvast scherp gesteld hebt. Oneindig scherpstellen, het liggende achtje, is bij landschap alles scherp. Als je een onderwerp op de voorgrond hebt stel dan daarop scherp. Mocht het donker zijn gebruik een zaklantaarn om dan dat te verlichten zodat je alsnog op de voorgrond kan scherpstellen.

11. Bepaal vooraf je compositie
Bepaal de compositie en zet de statiefkop vast. Als het filter eenmaal op je lens zit, zie je niet genoeg meer om de compositie nog nauwkeurig te kunnen bepalen. Overigens: als je een lichtsterke lens hebt, kan live view soms behulpzaam zijn. Je krijgt een lelijk beeld te zien, maar duidelijk genoeg voor h et bepalen van de compositie.

12. Kies je ND filter wijs
Bevestig het ND-filter op de lens. Er zijn schroeffilters van bijvoorbeeld B+W en schuiffilters van Lee, Hitech of 84,5 mm. Wat je gebruikt is persoonlijke voorkeur. Ik werk zelf met de schroeffilters van B+W. Soms zet ik daar een tweede filter of een variabel ND-filter op om wat meer speelruimte te hebben. het Gebruik van een variabel filter heeft ook nadelen! Naast het in dit blog genoemde nadeel, is het variabele ND-filter ook niet bruikbaar op groothoeklenzen, je krijgt dan een kruis in beeld. Wat overigens ook gebeurt als je het filter te ver doordraait op een standaard- of telelens. Een variabel ND-filter bestaat uit twee polarisatiefilters, en dat heeft zo zijn beperkingen!

13. Houd rekening met croppen
Met twee (draai) filters op elkaar heb je vaak last van vignettering, dus kader ruim, zodat dit vignet later weggesneden kan worden.

14. Gebruik een draadontspanner
Sluit de draadontspanner of afstandsbediening aan. Je wilt elke onnodige beweging van je camera voorkomen. Door je camera te kunnen ontsteken op afstand voorkom je mogelijke bewegingen. Je kunt ook werken met de timer van je camera, maar dat is wel iets minder praktisch. Een extra nadeel van de timer is sluitertijden langer dan 30 seconden. Je hebt hiervoor de bulbstand nodig en deze kun je niet goed gebruiken zonder draadontspanner.

15. Sluit de zoeker af
Sluit de zoeker af om ongewenst binnenvallend licht te voorkomen.

16. Gebruik je smartphone als timer
Stel de stopwatch van je smartphone (of iets anders) in op het gewenste aantal seconden of minuten en druk de ontspanknop van de draadontspanner/afstandsbediening in. Op sommige camera’s zoals Canon loopt de teller mee in de display.

Verder wensen wij jullie heel veel fotoplezier. Groet Ed & Jan.

Print deze pagina Print deze pagina